Niet aan tafel willen komen

Elke dag speelt zich hetzelfde gevecht af: het gevecht om je kindje aan tafel te doen zitten. Hij doet alsof hij je niet hoort en heeft het veel te druk met spelen. Jij windt je op maar weet dat dit een normale reactie is: op deze leeftijd is eten het minste van zijn zorgen...

Ik doe wat ik wil
Dat lijkt de boodschap en dat is ook wat hij je wil zeggen. Hij beseft nu dat hij een onafhankelijk en zelfstandig wezentje is. Dat zich tegen jou kan verzetten. Die fase van verzet is trouwens nodig zodat hij zich tot een volwaardig individu kan ontwikkelen. Zijn gedrag is geen weigering maar een manier om zich uit te drukken en van zich te laten horen.

Zijn zelfstandigheid maakt dat hij nu meer spelletjes en meer spelplezier ontdekt: hij beslist zelf waarmee hij speelt en wanneer hij zin heeft om met iets anders te spelen, zonder dat jij hem daarbij moet helpen. Deze nieuwe activiteiten helpen hem in zijn ontwikkeling... En doen hem vergeten dat er ook nog zoiets is als eten! Bovendien beweegt hij graag nu hij dat eindelijk kan: springen, rennen, van de ene naar de andere kamer gaan... Dus hoe denk je dat hij stil aan tafel zitten ervaart?

Spelen zoveel je wil, nadat je gegeten hebt!
Je moet tegelijk soepel en kordaat reageren. Daar ligt de sleutel tot succes. Je kleintje heeft nood aan iemand die logisch is, iemand die overtuigd overkomt, zonder autoritair te zijn.

Leg uit dat eten een familiemoment is en dat hij zijn plaats heeft in je gezin. Zo leert hij zijn eigen positie kennen.

Geef hem zoveel mogelijk structuur, zonder al te streng te zijn. Blijf altijd consequent: eerst het badje, dan eten en dan nog een spelletje. Of eerst eten, dan het badje en dan spelen. Zo leert hij wanneer hij aan tafel wordt verwacht zonder dat het in een systematisch spelletje van weigeren en weglopen vervalt.

Waarschuw hem. Zeg hem voordat het eten klaar is dat jullie gauw aan tafel gaan. Zo heeft hij tijd om zijn spel af te maken. Je kan hem hier ook bij helpen.

Leg uit dat eten een vast familieritueel is. Iets dat jullie samen delen en waar jullie samen van genieten
Niets leuker dan eten met je familie. Zet je kleintje nooit aan tafel wanneer er ruzie is of als straf. De familietafel is de plaats waar je eten, woorden en gevoelens met elkaar deelt.

Laat hem meedoen: vraag hem om je te ’helpen’ bij het koken. Zo leert hij dat het weldra etenstijd is. Bovendien zal hij je maar al te graag imiteren en blij zijn zelf eten te mogen aanraken.

Geef hem zin om te eten en begeleid hem in zijn ontdekking. Geef hem allerlei nieuwe dingen zodat zijn zin voor avontuur bevredigd wordt. Laat hem kruiden proeven, maak verrassende vormpjes op zijn bord (een gezichtje, een diertje...).

  • Laat hem alleen eten, ook als hij overal morst. Behandel hem niet als een kleintje en laat hem de tijd. Als hij langer blijft eten is dat een goed teken. Hij ontdekt dan de geneugten van het tafelen.
  • Laat hem op een normale stoel zitten, met een groot kussen of een verhoogstoeltje. Zo voelt hij zich groter.
  • Geef hem het goede voorbeeld en eet gevarieerd. Wil hij proeven? Des te beter! Wil hij niet proeven? Dring dan niet aan, hij herziet zijn mening later nog wel!
  • Speel met geluidjes en texturen: chips moet je knabbelen, een appel is krokant, chocola smelt in de mond...
  • Geef commentaar tijdens het eten: dit is zoet, dat is zout, dat ruikt naar vanille... Zo ontdekt hij zijn smaakpapillen en wek je zijn nieuwsgierigheid. Je kan ook een blinde test organiseren zodat hij de vier smaken ontdekt: zout (een mespuntje zout), zoet (een snoepje), zuur (een schijfje citroen) en bitter (pure cacao).
  • Negeer kleine ongelukjes aan tafel. Een stukje omelet op tafel? Een stukje komkommer op de grond? Laat hem doen en geef hem de tijd om te leren eten.